De Pietsjlamp – 23. Hoej Comite

In de rubriek ‘De Pietsjlamp’ zet De Beekdaeler bijzondere personen of gebeurtenissen in de schijnwerpers. We belichten ze met onze Pietsjlamp.

Schinveld – ‘Doa woe de lamp brent!’ Achterin de tuin van penningmeester Henk Vaessen bevindt zich de huidige Hoej-stal. Het thuishonk van het Hoej-Hoej Comité, een select gezelschap dat 15 schrikkeljaren geleden op schrikkeldinsdag, door de Bruujer en zijn kompanen, werd gevormd vanuit de wens om ook op carnavalsdinsdag een activiteit in het dorp te hebben. Ik ben zwaar onder de indruk, want het is niet iedereen gegeven dit Heiligdom te mogen betreden.

Hoejers Henk Vaessen, John Imming, Arcèn Bruls, Twan Daemen Cheylan Thissen en John Imming (vlnr) bekijken samen het boek over 60 jaar Geet-oploate in Schinveld. Hoejer Ben Derks ontbreekt op de foto. Tekst en foto Katja Waltmans

Ze vormen geen traditionele carnavalsvereniging. ‘We zijn de appendix van Beekdaelen. De draak steken met de gevestigde orde. Veer willen het angesj doon. Het gat vullen tussen Rosenmontag en Aswoensdag.’ Zomaar wat kreten die door de Sjtal klinken op mijn vraag wat de drijfveer is van de Hoejers. Buiten kijf staat echter dat ze Spjass willen hebben en veul veur de kinjer willen betekenen. Zo staat het ook vermeld in regel twee van het officiële reglement dat ik onder ogen krijg. Een relikwie dat, begin jaren zestig met de hand getypt, nog altijd wordt nageleefd. Pas als een van de zittende zes leden wil stoppen, mag er een nieuw Hoej-lid toetreden. De overgebleven vijf Hoejers gaan wekenlang in conclaaf. Het nieuwe lid kan zichzelf namelijk niet aanmelden, maar wordt door de overige vijf zorgvuldig gekozen, grondig gecheckt en in het geniep gepolst. ‘Het gaat echt op zijn Vaticaans,’ lacht Twan Daemen.

Elke bijeenkomst wordt geopend met het Hoej-lied, waarna alle zes Hoejers met hun Hoej-Penning op d’r dusj slaan. Op diezelfde tafel staan altijd een schaal met eieren, een bordje met kaas en worst en flesjes bier. Ik kijk om me heen en zie overal attributen staan of hangen die herinneren aan een rijk verleden rondom de Holländische Pappziege. Die geschiedenis, met alle feiten en vele verhalen en anekdotes, geïllustreerd met prachtig beeldmateriaal, is nu vastgelegd in een hardcover boek van maar liefst 340 pagina’s.

Een greep uit de verhalen: In 1986 werd de Geet mit gesjtrikt udder gevonden door de Belgische Luc Korevitz. Hij stuurde het kaartje wel terug, maar zonder postzegels, want hij vertrouwde het niet zo. Het kaartje kwam echter toch aan en het Hoej-Comité ging traditiegetrouw op bezoek bij de vinder. Toen Luc echter het zestal, in gezelschap van een sjieke dame (burgemeestersvrouwe mevrouw Adams) uit de auto zag stappen, werd hij bang en verstopte zich snel. In 1974 kwam de ballon van de familie Cremers uit Schinveld terecht in Oost Duitsland. De familie in kwestie kon destijds helaas niet naar het Westen komen, maar onderhield een jarenlange briefwisseling met het Schinveldse gezin. Na de val van de muur kwamen ze alsnog op bezoek. Zo zorgde de traditie van de Geet zelfs voor verbroedering op Europese schaal.

De kroniek wordt op zaterdag 29 februari officieel gepresenteerd door het huidige zestal Twan, John, Henk, Arcèn, Ben en Cheylan, tijdens het avondprogramma in cultureel centrum FaSiLa. ‘We zijn er trots op dat het er is!’

En went de Geet neet geet, da geet ze neet, da geet ze neet, da geet ze neet. En went die Geet waal geet, da geet die geet, da geet die ganse geet. Hoej Hoej!